Het daltononderwijs is het gedachtegoed van de Amerikaanse Helen Parkhurst (1887-1973). Na enige tijd samen te hebben gewerkt met Maria Montessori richtte zij in 1919 haar eigen experimentele school op in het plaatsje Dalton (VS), waar deze vorm van onderwijs zijn naam aan te danken heeft.

Parkhursts ideeën stelde het kind centraal. Door in te zetten op kernwaarden als zelfstandigheid, eigen verantwoordelijkheid, samenwerking, effectiviteit en doelmatigheid en reflectie dient onderwijs van kinderen zelfstandige en verantwoordelijke individuen te maken.

  • Zelfstandigheid: leerlingen plannen zelf hun taken in en leren zelf problemen op te lossen.
  • Eigen verantwoordelijkheid (vrijheid in gebondenheid): leerlingen leren binnen de kaders van de school en het onderwijs zelf beslissingen te nemen.
  • Samenwerking: doordat leerlingen samen met leerkrachten en medeleerlingen aan hun leertaken werken, leren zij met elkaar om te gaan, elkaar om hulp te vragen en elkaar te helpen.
  • Effectiviteit en doelmatigheid: De leertaken en leerinstructies die de leerlingen krijgen zijn veelal op maat. Hierdoor worden de leerlingen in staat gesteld hun leertaken op hun eigen manier en op hun eigen tempo te volbrengen.
  • Reflectie: Leerlingen leren dat het niet alleen gaat om het uiteindelijke product, maar vooral om hoe en met wie het product tot stand is gekomen.

 

In de praktijk

Ons onderwijs is gestoeld op deze daltonkernwaarden. Deze worden op zoveel mogelijk manieren in de praktijk gebracht. Voor vragen over ons daltononderwijs kunt u contact opnemen met onze dalton-innovator Marieke Weijers.

 

Taakwerk

De dag- en weektaken vormen de basis van ons onderwijs. Iedere leerling krijgt een (week)taak die is afgestemd op het zijn/haar eigen niveau en bevat een hoeveelheid leerstof die gemaakt moet worden binnen de gestelde periode. De leerlingen bepalen zelf hun planning van de te maken (week)taak.

De kleuters beginnen hier in groep 2 mee in de meest eenvoudige vorm: Zij mogen zelf bepalen welke taak zij welke dag doen, zolang aan het einde van de week maar alle taken gedaan zijn. Ieder volgend jaar wordt er bij het plannen van de taken steeds meer een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de leerling. Omdat we dit onze leerlingen vanaf de kleuterklas al aanleren, wordt het zelf plannen voor hen een vanzelfsprekendheid.

 

WhatsApp Image 2020 11 06 at 17.12.43 21

 

Dagkleuren en dagritme

Iedere dag van de week heeft een eigen kleur. Alle groepen, vanaf de kleuters tot en met groep 8, gebruiken dezelfde dagkleuren. Dit helpt de leerlingen bij het plannen van hun (week)taken.
Bij de kleuters wordt begonnen met dagritmekaarten. Op de kaarten staan afbeeldingen van activiteiten, die op een dag worden gedaan. Deze kaarten geven de leerlingen een duidelijk beeld van het verloop van de dag, waardoor er structuur en rust ontstaat. In groep 3 vindt er een overgang plaats van de dagritmekaarten naar een planning op het bord. Dit wordt doorgetrokken tot en met groep 8.

 

Instructie in niveaus

In de groepen 3 tot en met 8 staat er op het bord aangegeven hoe laat de instructiemomenten zijn voor de verschillende vakken. De leerkracht/begeleider geeft op de weektaak (vanaf groep 4) aan van welke leerlingen wordt verwacht dat ze meedoen met de instructie. Dit kan gericht zijn op de hele groep of op individuele leerlingen.

De leerkrachten geven instructies in drie niveaus: de basisinstructie, verlengde instructie en extra instructie. De meeste leerlingen volgen de basisinstructie. De leerlingen die extra instructie nodig hebben op een vakgebied krijgen na de basisinstructie nog een verlengde instructie aan de instructietafel.

Er zijn ook leerlingen waarvan de leerkracht (vaak in overleg met het kind) bepaalt dat het geen basisinstructie nodig heeft voor een vakgebied en zelfstandig aan het werk kan gaan.

Daarnaast zijn er leerlingen die op een ander niveau werken van een vakgebied (hoger of lager). Zij krijgen extra instructie, veelal individueel. Hierbij hoort altijd een handelingsplan.

 

Correctie

Wij hechten grote waarde aan het zelf corrigeren door de leerlingen. Dit geldt zowel voor opdrachten binnen de taak als opdrachten daarbuiten. Zelfcorrectie heeft een aantal voordelen:

  • De leerling krijgt meteen feedback op zijn werk. Het hoeft niet te wachten tot hij/zij het werk later terugkrijgt van de leerkracht/begeleider.
  • Het heeft een duidelijk leereffect, omdat de leerling, als het een fout ontdekt, zich meteen zal afvragen hoe deze fout kon ontstaan.
  • Het geeft de leerlingen een beter inzicht in wat ze zelf kunnen en bij welke zaken ze hulp moeten vragen van de leerkracht/begeleider.

Al vanaf de kleuterklas mogen de leerlingen bepaalde opdrachten zelf corrigeren. Naarmate de leerlingen ouder worden, doen ze dit steeds meer. Hierbij krijgen ze ondersteuning van de leerkracht en leren manieren om goed te kunnen corrigeren.

 

Zelfstandig werken en werken met uitgestelde aandacht

Tijdens het zelfstandig werken wordt er in de groepen 1 tot en met 8 gewerkt met het principe van de uitgestelde aandacht. Dat gebeurt met behulp van een stoplicht met de kleuren rood, oranje en groen.

Bij het rode licht weten de leerlingen dat de leerkracht/begeleider niet gestoord mag worden. De leerkracht/begeleider geeft dan verlengde of extra instructie, of is bezig met een observatie. De leerlingen weten dat ze nu zelf een oplossing moeten zoeken voor hun probleem. Ze mogen ook medeleerlingen niet vragen om hulp. De leerkracht loopt tijdens de periode van een rood licht vaste hulprondes door de klas. Vanaf groep 3 geven de leerlingen met behulp van een rood of groen kaartje aan of ze vragen hebben of even geen hulp nodig hebben.

Bij het oranje licht mogen de leerlingen de leerkracht/begeleider niet storen maar wel elkaar om hulp vragen in hun team (tafelgroep). Ook nu loopt de leerkracht tijdens de periode dat het licht op oranje staat, de vaste hulprondes.

Wanneer de leerkracht het licht op groen zet, mogen de leerlingen hulp aan elkaar en aan de leerkracht/begeleider vragen.
Het is van belang dat de leerlingen altijd eerst zelf proberen een oplossing te vinden. Lukt dit niet, dan kunnen ze hun medeleerlingen om hulp vragen en pas als ze er echt zelf niet meer uitkomen een beroep doen op de leerkracht/begeleider.

 

WhatsApp Image 2020 11 19 at 18.46.42 copy 

 

Keuzewerk

Onder keuzewerk verstaan wij: een activiteit met een lerend karakter. De leerling kiest zelf de keuzeactiviteit die hem of haar het beste ligt. Het keuzewerk is daarom een goede manier om talenten te ontdekken en ontwikkelen.

Een keuzetaak is voor alle kinderen een onderdeel van de weektaak, het is dus geen extra werk. Ook nu zullen de leerlingen hun eigen werk nakijken, waarbij de leerkracht meekijkt naar de kwaliteit die de leerlingen leveren.

 

Handelingswijzers

Een handelingswijzer is een visuele instructie. De leerlingen leren zo zelfstandig een opdracht uit te voeren zonder hulp van de leerkracht. De leerkracht creëert hierdoor extra tijd om meer aandacht te besteden aan leerlingen die dat nodig hebben.

 

Samenwerken

Er is verschil tussen samenwerken en samen werken:

  • Onder samenwerken verstaan we: samen aan een opdracht werken, waarbij van iedere deelnemer eenzelfde mate van betrokkenheid, verantwoordelijkheid en inzet wordt verwacht. De samenwerking moet tot één resultaat leiden.
  • Onder samen werken verstaan we: leerlingen werken weliswaar individueel aan een opdracht, maar ze houden wel rekening met elkaar en helpen elkaar. Kort gezegd: ze zitten bij elkaar, werken samen en ieder dient zelf met een resultaat te komen.

Rekening houden met elkaar houdt in dat je elkaar niet stoort of afleidt tijdens het werk, maar dat er ook verantwoordelijkheid wordt genomen voor het welzijn van de medeleerlingen en verantwoordelijkheid voor de sfeer in de groep en de school als geheel. Pestgedrag hoort daar bijvoorbeeld niet bij, maar belangstelling voor een zieke klasgenoot en zorg voor een nette schoolomgeving wel. We brengen onze leerlingen bij hoe belangrijk het is om elkaar te helpen en dat het niet erg is om zelf om hulp te vragen.

 

Werkplekken

De leerlingen hebben een zekere vrijheid in het kiezen van een werkplek in de school. Doordat leerlingen zelf hun weektaken inplannen, zijn leerlingen in het klaslokaal vaak gelijktijdig bezig met verschillende opdrachten: sommige leerlingen werken samen, tegelijkertijd krijgt een groepje extra uitleg van de leerkracht/begeleider en weer ergens anders is iemand met keuzewerk bezig.

Binnen de Lukasschool zal een leerling (moeten) wennen aan een zeker “werkruis”. Maar het kan er ook voor kiezen een rustige werkplek te zoeken. In iedere groep is er de mogelijkheid om te werken op een stille werkplek, of op een van de werkplekken in de gang.

Wanneer leerlingen op de gang willen gaan werken, leggen zij een kaart met een symbool van gangwerken op hun tafel in de klas. Op die manier behoudt de leerkracht het overzicht over wie zich waar bevindt. Daarnaast nemen ze een rode en gele kaart mee naar de gang. De leerlingen kunnen de kaarten houden door taakgericht en zachtjes te werken. Is dit niet het geval, dan kan iedere medewerker een kaart wegpakken als waarschuwing.

 

lezende meisjes

 

Huishoudelijk takenbord

In alle groepen is een huishoudelijke takenbord aanwezig. Hierop staat aangegeven welke huishoudelijke taken er die week in die klas gedaan moeten worden. De leerlingen kiezen deze taken in overleg met elkaar en de leerkracht. Er zijn een aantal standaardtaken zoals het vegen van de klas of de boekenkast opruimen. Daarnaast kunnen er taken worden toegevoegd afhankelijk van de groepsgrootte. De leerlingen zijn samen verantwoordelijk voor de taken en de klas.

 

Evaluatie en reflectie

Evaluatie en reflectie zijn nauw met elkaar verbonden. Evaluatie is beoordelen, reflectie is ook nadenken over de eigen rol. In alle groepen wordt het taakwerk aan het einde van de week geëvalueerd op verschillende manieren: individueel, met de hele groep, aan het eind en/of tussentijds. Zowel het proces als het eindresultaat wordt geëvalueerd. Leerlingen leren zo reflectief te zijn naar eigen en andermans handelen. En dat het niet alleen gaat om het uiteindelijke product, maar vooral om hoe en met wie het product tot stand is gekomen.

 

Wilt u meer weten over de theorie achter het daltononderwijs en Helen Parkhurst, dan kunt u dat allemaal vinden op de website van de Nederlandse Dalton Vereniging.